Educatie
Educatie

Nederlandse beleggers opgelet! Wijzigingen box 3

Joeri 18 januari 2020

Op 1 januari 2020 zijn een aantal Nederlandse wetten aangepast. Daarnaast worden jaarlijks bedragen geïndexeerd, dat kan relevant zijn voor de vermogensbelasting. In deze blog nemen we de wijzigingen in box 3 door, aangezien de meeste beleggers daarmee te maken hebben. Het huidige Nederlandse systeem is in het voordeel van beleggers, wat aangetoond wordt met rekenvoorbeelden. Helaas zijn er plannen om het systeem aan te passen.

In box 3 wordt inkomen uit vermogen belast. Hieronder valt bijvoorbeeld spaargeld, aandelen of een tweede woning. De Belastingdienst rekent met een fictief rendement over dit vermogen, en over dit rendement wordt belasting geheven.

Iedereen heeft recht op een vrijstelling, over dit heffingsvrije vermogen wordt geen belasting geheven.

Andere rekenmethode sinds 2017

Tot 2017 werd uitgegaan van een vast fictief rendement van 4%. Over dit rendement werd 30% belasting geheven. Dit kwam dus neer op een belasting van 1,2% over het belastbaar vermogen.

De berekening is aangepast omdat het rendement van 4% onredelijk werd gevonden. Vanwege de lage rentestanden is het onmogelijk om een dergelijk rendement te behalen met een normale spaarrekening. Dit betekende dat mensen die om wat voor reden dan ook niet wilde beleggen in sommige gevallen meer belasting betaalde dan dat er rendement behaald werd.

Met ingang van 2017 is dit aangepast.

De Belastingdienst rekent nu met een aantal schijven met bijbehorende rendementen. Het uitgangspunt is dat er van hogere vermogens een groter deel belegd wordt. Er wordt verwacht dat het belegde deel meer rendement oplevert.

Vastgestelde rendementen

Voor 2020 is zowel het rekenrendement voor sparen als beleggen verlaagd. Voor sparen daalt het van 0,13% naar 0,06% en voor beleggen van 5,6% naar 5,33%.

Daarnaast wordt de vrijstelling verhoogd naar € 30.846 voor alleenstaanden (€ 61.692 voor fiscaal partners). Bij een gelijk gebleven vermogen hoeft er in box 3 in 2020 dus minder belasting afgedragen te worden.

In 2020 gelden de volgende staffels:

Belastbaar vermogen (na aftrek vrijstelling) Spaardeel (rendement van 0,06%) Beleggingsdeel (rendement van 5,33%) Totaal rendement Effectieve belasting (30% over rendement)
Tot en met € 72.797 67% 33% 1,8% 0,54%
Van € 72.797 tot en met € 1.005.572 21% 79% 4,22% 1,27%
Vanaf € 1.005.572 0% 100% 5,33% 1,6%

Andere vrijstellingen

Naast de algemene vrijstelling gelden er nog een aantal andere vrijstellingen. Zo is er een extra vrijstelling voor groene beleggingen van € 59.477. Voor uitvaart- of overlijdensrisicoverzekeringen die in box 3 vallen geldt een vrijstelling van € 7.118. Schulden (die niet in box 1 vallen) mogen op het vermogen in mindering gebracht worden, de eerste € 3.100 telt hierin niet als schuld.

Rekenvoorbeelden

Door het berekenen van een fictief rendement betalen beleggers in verhouding veel minder belasting over hun rendement dan spaarders.

Stel, een alleenstaande heeft een vermogen van € 100.000, en geen schulden. Het hele vermogen staat op een spaarrekening tegen 0,1% rente. Het rendement is dus € 100.

De eerste € 30.846 zijn onbelast. Over het restant van € 69.154 is vermogensbelasting verschuldigd. Dit valt helemaal in de eerst schijf. Er wordt gerekend met een fictief rendement van 1,8% waarover 30% belasting wordt geheven. Er is € 373 aan belasting verschuldigd.

Een belastingheffing over inkomen wat niet eens gehaald is!

Wanneer in dezelfde situatie de € 100.000 helemaal belegd zou zijn met 20% rendement ziet het beeld er heel anders uit. Er is namelijk nog steeds € 373 aan belasting verschuldigd maar het rendement is nu € 20.000. Dat is een belasting van slechts 1,87% over het inkomen.

Oneerlijke systeem wordt aangepast

De verwachting is dat vanaf 2022 een nieuw systeem geldt. Er zal dan gerekend worden met werkelijk behaald rendement. Deze ontwikkeling is gunstig voor spaarders en beleggers welke onder het fictieve rendement blijven.

✅ De 3 goedkoopste aandelen voor 2020 [GRATIS Gids]